Ouderenzorg en vooral de financiering ervan is altijd een dankbaar onderwerp voor regeringsbeleid. En daar waar regeringen elkaar relatief snel opvolgen, is de lijn als het om die zorg gaat bestendig: langer thuis, toegang tot zorg beperken door een verplichte eigen bijdrage voor wijkverpleging en hulp bij de huishouding, bezuinigen. Afgelopen maand kondigde ook het nieuwe kabinet-Jetten maatregelen aan om de ouderenzorg “toekomstbestendig” te maken. Meer zorg thuis, minder institutionele bedden, meer samenwerking in de wijk. Mooie woorden en broodnodig, gezien de veranderende wensen van ouderen, de krapte op de arbeidsmarkt en de toenemende kosten. En terwijl de politiek in Den Haag nieuwe lijnen uitdenkt, is in Schagen en Hollands Kroon iets moois gaande: hier gebeurt al waar het kabinet op in wil zetten.
In de Noordkop groeit het aantal mensen dat zijn laatste levensfase thuis wil en moet doorbrengen. Meestal omdat de betrokkene en zijn of haar naasten dat graag willen en soms omdat er een wachtlijst is voor zorg in het hospice of verpleeghuis. Precies op dat kruispunt verschijnt een relatief nieuwe rol: de casemanager palliatieve zorg thuis.
Als je deze casemanagers aan het werk ziet, merk je meteen de toegevoegde waarde. Geen beleidsstukken, geen projectplannen, maar gewoon aan de slag. Aan een keukentafel waar emoties, planning en zorgvragen door elkaar buitelen, brengen zij orde. Ze verbinden huisarts, wijkverpleging, hospice en familie en vullen de ‘gaten’ op tussen de verschillende zorgsystemen. Kortom: ze geven aandacht en brengen rust en overzicht.
Het is werk dat heel goed aansluit bij de koers van kabinet-Jetten: meer regie in de wijk, minder bureaucratie, een zorgstructuur die dichter bij mensen staat. En in Schagen en Hollands Kroon is het geen beleidsambitie meer; het is praktijk.
In de Schager Courant verwoordde een van de casemanagers het treffend: ‘mijn werk draait om overzicht brengen in een chaos van emoties en hulpverleners. Soms betekent dat simpelweg zeggen: “Je mag nog grapjes maken. Je mag nog léven. Het is precies die menselijke laag waar beleid vaak niet bij kan.”
En misschien zit daarin wel een mooie les voor Den Haag. In de Noordkop laat men zien dat vernieuwing niet begint met een stelselwijziging, maar met mensen die het anders durven doen. Kleinschalig, nuchter, betrokken; typisch Noordkop.
Terwijl het kabinet werkt aan een grote beweging richting meer zorg thuis, hebben Schagen en Hollands Kroon als het gaat om palliatieve zorg alvast laten zien hoe dat eruit kan zien: één persoon aan de keukentafel die zegt: “Ik ben er. We doen dit samen.”
Dat zijn de rustbrengers. En zij maken het verschil, nu al.
Deze column is op 6 maart geplaatst op de website van Noordkop 247.